• Passende, veilige zorg en ondersteuning.

Continu leren, verbeteren en innoveren.

De volgende veiligheidsthema’s kennen binnen Zorg in Oktober een consistente cyclus van verbeteren en borgen:

Indicatoren basisveiligheid

Het kwaliteitskader verpleeghuiszorg benoemd thema’s die belangrijk zijn voor de veiligheid van cliënten. Op deze thema’s zijn indicatoren ontwikkeld met als doel het leren en verbeteren in teams op deze thema’s een impuls te geven. Er zijn 3 verplichte indicatoren basisveiligheid: ‘Advance Care Planning’ (ACP), ‘bespreken medicatiefouten in het team’ en ‘aandacht voor eten en drinken’. Daarnaast heeft Oktober gekozen voor de keuze-indicatoren rondom Decubitus. De door Oktober aangeleverde data wordt door het Zorginstituut openbaar gemaakt op www.kiesbeter.nl

Naar aanleiding van de uitkomsten indicatoren basisveiligheid 2019 heeft Oktober in 2020 extra aandacht besteed aan wensen en behoeften van de cliënt rondom decubitus en medicatiereviews. Mooi resultaat is dat het prevalentiecijfer van decubitus (zowel in- als exclusief categorie 1) een dalende trend toont.

Wat betreft decubitus hebben we aandacht gehad voor het noteren van risicocliënten voor decubitus, met als positief effect dat we dit reeds bij meer dan 90% van de risicocliënten hebben opgenomen in het zorgplan.

Uit de resultaten voor de medicatiereviews in 2020 werd zichtbaar dat corona parten had gespeeld, waardoor een aantal reviews niet tijdig had plaatsgevonden. In de planning voor 2021 is voorrang gegeven aan de betreffende afdelingen. Daarnaast is de cyclische planning verder verbeterd zodat alle afdelingen tijdig aan bod komen.

Onvrijwillige zorg

Per 1 januari 2020 is de Wet Zorg en Dwang (WZD) in werking getreden. Het uitgangspunt van de wet is ‘nee, tenzij’. Zorg wordt in principe alleen op vrijwillige basis verleent: dus alleen als de cliënt instemt (bij wilsonbekwaamheid diens vertegenwoordiger) én tijdens de uitvoering van zorg geen tekenen van verzet toont. Onvrijwillige zorg mag alleen ingezet worden om (een risico op) ernstig nadeel te voorkomen en er geen minder ingrijpende alternatieven zijn om dit ernstig nadeel te bestrijden.

Landelijk was 2020 het overgangsjaar voor wat betreft de WZD, waarin leren en ontwikkelen centraal stonden. Binnen Oktober zijn in 2020 de zorgverantwoordelijken (Hbo-verpleegkundigen van de PG-afdelingen) geschoold over de WZD, de verschillende vormen van onvrijwillige zorg en de registratie van onvrijwillige zorg in het ECD. Daarnaast heeft besluitvorming over onvrijwillige zorg een plaats gekregen in de multidisciplinaire gedragsvisite. Tijdens dit overleg tussen de zorgverantwoordelijke, psycholoog en behandelend arts wordt het (gevaarlijke) gedrag van de cliënt geanalyseerd en in eerste instantie gezocht naar vrijwillige alternatieven. Indien vrijwillige interventies niet leiden tot afwending van het gevaar, dan wordt multidisciplinair en in afstemming met de cliënt/ vertegenwoordiger overwogen om onvrijwillige zorg in te zetten. Alle verleende onvrijwillige zorg in 2020 is door de zorgverantwoordelijken geregistreerd in het ECD.

Ten behoeve van het toezicht door de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) wordt door Oktober eens per half jaar een overzicht en analyse van onvrijwillige zorg verstrekt.

Incidenten en calamiteiten

Oktober staat voor een open werkklimaat waarin men leert van ongewenste gebeurtenissen zoals valincidenten of medicatiefouten, en elkaar aanspreekt en ondersteunt. We streven hierin naar een veilige cultuur waarin het melden van en spreken over incidenten en daarvan leren als vanzelfsprekend wordt ervaren.

Het analyseren en verbeteren naar aanleiding van incidenten gebeurt zoveel mogelijk in het dagelijkse werk. Op organisatieniveau verzorgt de MIC-commissie periodiek rapportages en analyses over de meldingen, en brengen zij advies uit naar het managementteam en de Raad van Bestuur. De gegevens worden bovendien opgenomen in de managementinformatie en gebruikt in de planning & control cyclus. Door middel van PDCA (Plan, Do, Check, Act) kunnen we continu leren, verbeteren en innoveren.

Als bij incidenten sprake is van een (mogelijke) calamiteit, voeren we een prisma-analyse uit. Een onafhankelijke multidisciplinaire calamiteitencommissie onderzoekt of er inderdaad sprake is van een calamiteit en verzorgt zo nodig de melding bij de inspectie