• Marlies vertelt .

'Ik kan mijn kleinzoon weer aanmoedigen met voetballen'

Het verhaal van wijkverpleegkundige Marlies

We kunnen in de wijkverpleging echt een verschil maken, door relatief simpele interventies op te starten. Het zit ‘m in de kleine dingen, zoals meneer de Vries die zijn kleinzoon weer kan gaan aanmoedigen bij een voetbalwedstrijd.

Marlies Bunk vertelt over haar werk in de Wijkzorg bij Oktober. Ze werkt bij Oktober in het wijkteam Veldhoven-Zuid.  Haar ogen twinkelen wanneer ze een verhaal vertelt over het verlenen van de zorg thuis.

Organiseren van goede zorg start bij het afnemen van anamnese
Als wijkverpleegkundige neem ik al geruime tijd regelmatig een anamnese af bij mensen die mogelijk zorg nodig hebben. Binnen het project professioneel leiderschap werd ik gevraagd om bij mevrouw de Vries, waarbij ik eerder al een anamnese af had genomen, opnieuw te bezoeken en in gesprek te gaan. Dit keer vanuit een ander perspectief; voorheen was ik veel meer gericht op het fysieke domein (wat kan de ander niet meer en waar kan ik als wijkverpleegkundige bij helpen). Nu lag de focus van het gesprek meer op het samen organiseren van goede zorg. Samen met meneer de Vries, de partner van mevrouw, zorgen we namelijk dat mevrouw nog zo lang mogelijk thuis kan wonen.

Tot mijn verbazing bleek tijdens het gesprek dat mevrouw de Vries de afgelopen tijd veel meer was gaan eten dan voorheen. Dit was een super goede ontwikkeling, omdat ze eerder juist heel slecht en weinig at. Het viel me op dat ik dit in de eerdere anamnese wel had besproken en had genoteerd in het dossier, maar dat ik er daarna niet meer op terug was gekomen met het echtpaar. Hierdoor had ik geen zicht meer op de voedingstoestand van mevrouw. Door het afnemen van een specifieke vragenlijst over ondervoeding, ontdekte ik wel dat mevrouw ondervoed was. Nu bleek ze haar voedingspatroon, na mijn eerder gegeven adviezen, toch echt te hebben aangepast. Natuurlijk gaf ik mevrouw de Vries hier een groot compliment over.

Overbelasting in beeld
Ook werd in het gesprek duidelijk dat meneer de Vries behoorlijk overbelast was. Ik nam een vragenlijst af waaruit bleek dat meneer enorm overbelast was. Dit had ik eerder niet zo gezien, en ook mijn collega’s hadden dit niet zo gemerkt tijdens de zorg voor mevrouw. We wisten wel dat de zorg zwaar was voor meneer, maar omdat mevrouw vier dagen per week naar de dagbesteding ging, dachten we dat het wel goed ging. Nu bleek dit toch een ander verhaal te zijn.

Simpele interventies groots resultaat
Meneer baalde er enorm van dat hij op zaterdag geen tijd meer had om naar de voetbalwedstrijden van zijn kleinzoon te gaan kijken, waar hij eerder zoveel plezier uit haalde. Toen hij dit vertelde, regelde ik met de kinderen dat er een ander familielid op zaterdag voor mevrouw de Vries kon zorgen, zodat meneer toch naar de voetbalwedstrijden kon gaan kijken. Zo kan meneer de Vries doen waar hij van geniet, terwijl hij met een gerust gevoel van huis kan gaan en zijn vrouw niet aan haar lot wordt overgelaten. Daarnaast heb ik ook individuele begeleiding aangevraagd voor mevrouw, op de dagen dat ze geen dagbesteding heeft. Zo kan meneer een paar uur iets voor zichzelf doen, of uitrusten, en wordt mevrouw ook nog gemotiveerd om activiteiten te ondernemen op de dagen dat ze thuis is.

Dit is waarom ik zo graag in de wijkverpleging werk: we kunnen echt een verschil maken, door relatief simpele interventies op te starten. Het zit ‘m in de kleine dingen, zoals meneer de Vries die zijn kleinzoon weer kan gaan aanmoedigen bij een voetbalwedstrijd.